Bruine beer op de camping
BRUINE BEREN OP DE CAMPING
Wie mij kent weet dat ik een echte krampeerder ben. Oooh wat hou ik van onze sleurhut. Zo kneuterig en gezellig. Voortent er voor, de luifel er aan, natuurlijk crocks op het matje en mijn vakantie kan niet meer stuk.
De route naar onze bestemming kent Sleurie bijna uit zijn hoofd, wij zitten namelijk altijd en eeuwig op Texel. Zelfde camping, zelfde veld en bijna altijd dezelfde buren en overburen. Echt, kramperen is zo donders gezellig.
Ik heb wel één ding wat altijd ellende geeft en dat is de bruine beer. Nou hoor ik je denken, de bruine beer? Nou vooruit, ik gooi hem er ongegeneerd in: met de bruine beer bedoel ik: poepen! Poepen op de camping is en blijft voor mij een crime.
Zolang ik krampeer is dit iets wat mij lastig lukt. En ja, we hebben een wc in de Sleurie, maar ik wil niet poepen in de caravan. De wc in de caravan is alleen voor de nachtelijke plasjes.
Het maakt mijn man niet uit hoor, hij leegt het toilet met liefde. Met of zonder bruine beer, hij wordt er niet warm of koud van. Maar ik vind gewoon dat ik niet zo spastisch moet doen. Stel je niet aan, zeg ik dan tegen mezelf.
Met Hemelvaart en Pinksteren start ons krampeerseizoen en dus ook de poep ellende. Ik moet er dan altijd even inkomen. En dat valt niet mee.
Wat heb ik toch respect voor mensen die zo’n toiletgebouw binnen lopen, de broek van hun kont trekken, gaan zitten en prrrr prrrrrr prrr (dit zijn dat geluidjes die ze er bij maken) plop de keutel valt en klaar. Zonder géne gewoon relaxed je grote boodschap doen, ik wou dat ik het kon.
Ik hik er maar tegen aan, “ik denk dat ik moet poepen” piep ik dan. Maar als ik dan eindelijk zit dan begint de ellende. Hij komt gewoon niet, hij zakt gewoon niet naar beneden. En elke keer als iemand aan de deur zit schiet die keutel weer omhoog….en begint het wachten weer opnieuw. Je moet namelijk nooit gaan pushen en sternen want dan groeit er “trammelanti di conti” aan je billen en dan ben je nog verder van huis.
Op een gegeven moment heb ik bedacht dat ik in het toiletgebouw mijn “eigen” plekje heb. Het toilet achter de buitendeur is mijn domein. De buitendeur staat vaak open dus iedereen loopt de wc die daar dan achter zit voorbij. Dus dat is “mijn” wc. Dat is niet zo, maar voor mij werkt deze gedachte. Ik zit daar dan in stilte te wachten tot hij daalt. Maar ooh wee als iemand zijn kont naast mij parkeert. Paniek!
Mijn brein schiet alle kanten op: Naat blijf heel stil zitten zonder te bewegen. Stil zitten want de buuf denkt dat er niemand is en moet ook haar ding doen en wie weet schrikt ze als jij ineens aan dat wc papier gaat trekken. Dus met ingehouden adem wacht ik tot ze klaar is. En als “de wc buuf” haar handen wast en droog blaast duik ik weer in mijn kak medicatie en wacht verder tot de afdaling weer op gang komt.
Ik maak mezelf he-le-maal gek. Het slaat echt nergens op. Ik weet het. We hebben een fantastisch schoon toiletgebouw daar ligt het niet aan. Het zit bij mij echt tussen de oren. Naarmate we er langer zijn wordt het wel steeds makkelijker. En tegen de tijd dat we er in de zomervakantie drie weken zijn heb ik het redelijk onder controle. Het blijft een dingetje maar ik heb er grip op.
Vroeger was het nog veel erger. We gingen met een camper op pad…voel je hem aankomen? Met de camper ben je elke dag ergens anders, althans wij zijn elke dag dan ergens anders. Dus dat wennen aan de wc is dan erg lastig.
Ik had een keer dagenlang niet gepoept. Vreselijk. Wat denk je? ‘S nachts klopte de bruine beer aan…Ooooh my god wat nu? Ik ga niet, ik hoef niet….maar aan alles voelde ik dat het moest gebeuren. Dus ik kroop over Bernard heen en fluisterde “ik moet poepen, ik ga naar het toiletgebouw hoor”…mompel mompel was zijn enige reactie.
In eerste instantie denk je kak waarom nou s ‘nachts. Maar hé, iedereen sliep, dus ik kon in alle rust doen wat ik al dagen geleden had moeten doen. Poepen!
Ik weet nog dat ik een dik wollig crème kleurig vest van Zizzi mee had. Die heb ik over de “pon” aangeschoten, Crocks aan de voetjes en hup daar ging ik. Op weg naar de verlossing.De heenreis verliep vlot en in no time was ik gearriveerd in een doodstil en leeg toiletgebouw. De lampen sprongen aan ik parkeerde mijn reet op een plee. Wachten, gewoon rustig wachten hij komt vanzelf. Maar wat denk je? Omdat ik zo machtig lang werk had gingen de lichten weer uit! Daar zat ik, in het pikke donker te wachten op een keutel.
Ik vond het dood eng. Kalm blijven Naat, er is niemand, er gebeurt niks, dus adem in adem uit, gewoon rustig afwerken en geen paniek. Met kloppend hart wist ik een bruine beer in de pot te parkeren en bij het handen wassen schoot de verlichting weer even aan. Drie kilo lichter verliet ik het toiletgebouw en liep ik de nacht weer in om snel het bed in te duiken…. Helaas…laat dat snel maar achterwege want waar stonden wij ook al weer???
Omdat we laat in middag waren aangekomen en ik de camping nog niet over was geweest en ik ook mijn bril niet op had gezet, raakte ik verdwaald. Echt waar, ik wist niet meer waar ons plekje was. Never nooit dat ik onze camper weer kon vinden. Als een dikke blinde ijsbeer op Crocks liep ik te dwalen over de camping. Van het ene veldje naar het andere. En nee, toen hadden we nog geen mobiele telefoon en nee Bernard miste mij niet….die lag namelijk heerlijk te ronken. Op een gegeven brak ik bijna de benen over de wip-wap. Het speeltuintje! Yes, ik was in de buurt. Nu koers houden, ik was heel dichtbij. En goddank, ik had de camper, waar Bernard lekker lag te ronken, gevonden!
De volgende dag vroeg ik aan Bernard of hij mij gemist had…en wat denk je?
Maar goed, een nieuwe zomer dus nieuwe kansen. Ik zeg, Texel here I come.
Liefs Naat
